Onderwijs in Brazilië's sloppenwijken

prbrasilDenkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan, schreef Marsman. De rust, zekerheid en afwezigheid van “spannende” uitzichten in de door hem beschreven omgeving, kenmerkt voor een deel mijn leven in Nederland. Als ik vanuit het vliegtuig de lappendeken van akkertjes, weilanden, steden en rivieren zie, voel ik me veilig. En vraag me af: welk gevoel geven de sloppenwijken van Salvador de Bahia, Brazilië, aan diens inwoners? Geeft  “thuis” altijd een gevoel van zekerheid of brengt de aanblik van krotten op palen en bergen gescheiden afval ook in hen een gevoel van moedeloosheid, wanhoop teweeg? Voelen zij zich één met hun omgeving?

Sébastian en Mathilde Perrier, Fidesco vrijwilligers die met hun twee kinderen in de Alagados werken en het Nederlandse echtpaar Martijn en Veroniek Christ, die er drie jaar geleden waren, kennen de omgeving goed. Volgens de Perriers is deze niet veel veranderd: “Hoewel een deel van de huizen niet langer op palen in de zee staat, blijft het er vochtig. Veel huizen zijn donker, met geen andere opening dan de deur. De geur van urine en het water buiten zorgen voor stank. Bij één huis moesten we over een muurtje van vijftig centimeter in de deur stappen. De reden: bij regen wordt de straat een rivier…”

Vaak kun je aan de omgeving aflezen welk facet van armoede tot een Fidesco missies heeft geleid. Een gebrek aan scholen of ziekenhuizen, dronken of gedrogeerde mensen op straat, corrupte agenten die om “theegeld” vragen, gebrek aan hygiëne. In de Alagado’s, waar de armoede van het platteland samengaat met de morele bandeloosheid uit de steden, is dit alles zichtbaar. Het is typerend dat waar wij dromen over het beroemde Carnaval van Rio de Janeiro en Salvador de Bahia, veel Braziliaanse armen er afkeer van hebben. Kinderen en moeders  moeten met lede ogen toezien hoe drie weken loon in twee dagen tijd wordt opgerookt of gezopen.

Om te voorkomen dat kinderen één worden met deze omgeving, bieden Fidesco vrijwilligers hen een kans in het parochiecentrum ‘Onze lieve Vrouwe van de Alagados.’ Twee groepen leerlingen hebben er ’s ochtends of ’s avonds les. De andere daghelft hebben ze huiswerkbegeleiding, want ‘Een halve dag onderwijs betekent de “les van de straat” voor de andere helft.’ Ook moeders kunnen er leren voor een beroep. Hindernissen zijn er volop. Vrijwilligers horen dagelijks verhalen over familieleden die beroofd, beschoten, ziek of depressief zijn.

Toch zijn het de bewoners zelf die Sebastian ook hoop bieden: “Wanneer water ontbreekt, zie je de solidariteit van de armen, waarbij wie weinig heeft, deelt met wie nog minder heeft.” Defaitisme zie je er weinig. Op de vraag hoe de Salvadorianen tegen de ellende van hun omgeving aankijken, geeft José Eduardo Ferreira Santos, een pedagoog die zelf is opgegroeid in de Alagados, een kort maar krachtig antwoord. “Wij zijn geen Alagados, we wonen er.” Voor onze vrijwillers hun eigen rijke thuis inruilen voor de armoede, is dat een bemoedigende gedachte.