Een mailtje van Mieke uit Fianantsaroa, Madagaskar: “p.s. er zijn hier rellen maar ik ben okidokie en veilig.” Fidesco vrijwilliger Mieke Scholten maakte weinig woorden vuil aan de ellende die we in Nederland op het nieuws konden zien. Demonstranten hadden uit boosheid over machtsmisbruik van de regering een winkelcentrum, dat ‘toevallig’ in bezit was van president Ravalomanana, afgebrand. Hoewel ver van de protesten en zestig mensen die daarbij omkwamen, had Mieke alle reden om te spreken over haar eigen veiligheid. Niets van dit alles.
Het is prachtig te zien hoe vrijwilligers in staat zijn boven een lastige situatie en eigen zorgen uit te stijgen. Bij Fidesco zeggen we vaak dat de missie een leerschool is. Temidden van de armen kom je ook je eigen armoede tegen. Hoewel soms pijnlijk, is het een zegen te leren beseffen dat je niet alles kunt en weet. “Waar geduld en deemoed zijn, daar is geen plaats voor woede en opwinding”, zei de Heilige Franciscus. Het is frappant hoe vrijwilligers, met hun professionele bagage, in het buitenland veelal opener zijn voor deze lessen van geduld en deemoed dan in eigen land.
Ook Mieke leert naar eigen zeggen veel. Sinds bijna een jaar verblijft ze als vrijwilliger in Madagaskar, waar ze werkt als fysiotherapeute met lichamelijk (en verstandelijk) gehandicapte kinderen en met weeskinderen, die vaak met groeistoornissen kampen. De bescheidenheid vond ze allereerst in haar werkplek: “Aangezien er geen aparte fysiotherapieruimte is, werk ik in een klas. Er is hier een apart hoekje gecreëerd met een waggel houten bed en een grote tractorband. Deze gebruik ik, bij gebrek aan ander materiaal, om loopoefeningen mee te doen. Ook gebruik ik mijn eigen voetballen en leen ik enkele puzzels, papier en duplo van de klassen.”
Een belangrijker les, die eveneens deemoed vereist, is die van begrip en inleving, een les waar alle 140 Fidesco vrijwilligers dagelijks mee te maken hebben. En dus ook Mieke: “Inmiddels heb ik een moeder ontmoet die haar zoontje kwam brengen. Hij is drie jaar oud en heeft een klompvoetje. Omdat zijn vader dit ook heeft, vond men het eerst niet belangrijk hier wat aan te laten doen. Uiteindelijk werdhet jongetje naar ons gebracht. Aan de ene kant riep de Hollander in mij: “waarom breng je hem nu pas?” Aan de andere kant begreep ik hoe groot en moeilijk de stap was om haar zoontje bij ons achter te laten. Er is hier zoveel onwetendheid over de mogelijkheden voor behandeling. Ook wonen families vaak in dorpen in de omgeving en hebben ze slechts één keer per maand de mogelijkheid hun kinderen te bezoeken. Deze moeder liet haar kind letterlijk voor twee jaar achter in de hoop dat wij hem kunnen helpen. Wat een vertrouwen van de moeder en wat een verantwoordelijkheid voor ons!” Na deze woorden, daagde het me waarom ze zo weinig aandacht aan het geweld had geschonken… deemoed en verantwoordelijkheidsgevoel.